Kennistafel 5: Landschapsbeheer als fundament voor vakantieparken met natuurwaarde

Hoe maak je van natuur geen aankleding, maar een uitgangspunt? Die vraag stond centraal tijdens kennistafel 5 bij Molecaten Park Landgoed Ginkelduin in Leersum. Een passende locatie, want hier wordt al jaren bewust gewerkt aan natuurinclusief ondernemen.

De groep bestond uit ontwikkelaars, parkmanagers en adviseurs die dagelijks bezig zijn met vragen over uitbreiding, herinrichting of kwaliteitsverbetering van vakantieparken. Meestal gaat het dan over kavels, bezetting en rendement. Deze kennistafel zette een andere toon. De focus lag op hoe je als park een plek creëert waar natuur, beleving en ruimtelijke kwaliteit samenkomen. In plaats van standaard verkaveling ging het erom hoe je landschap het vertrekpunt van je concept maakt en hoe dat bijdraagt aan een betere beleving voor gasten.

Eerst het landschap, dan pas het park

Jurre Wissing van Studio Nico Wissing begon bij de basis. Volgens hem ontwerpen we vakantieparken nog te vaak vanuit gebruik en indeling. Eerst worden wegen ingetekend, daarna kavels verdeeld en pas aan het einde wordt gekeken hoe het groen wordt ingevuld. Als je echt natuurinclusief wilt ontwikkelen, moet die volgorde volgens hem omgedraaid worden.

Hij koppelde dat direct aan de realiteit van vandaag. Klimaatverandering, wateroverlast en hittestress zijn geen abstracte thema’s meer. Ze raken ook recreatiebedrijven. Wie nu een park ontwikkelt of herstructureert, kan biodiversiteit en waterbeheer niet los zien van het ontwerp.

Jurre maakte duidelijk dat natuurinclusief ontwerpen geen ideaal plaatje is, maar een praktische ontwerpkeuze. Het begint bij eenvoudige maar doordachte ingrepen. Denk aan kruidenrijke vegetatie die de biodiversiteit versterkt, bomen die schaduw geven op warme dagen en voldoende ruimte voor water, zodat een stevige bui niet direct voor schade zorgt. Het zijn geen losse maatregelen, maar keuzes die samen het landschap sterker maken én de ervaring van de gast verbeteren.

Daarbij draait het niet alleen om techniek, maar ook om beleving. Hij liet zien hoe verblijfsconcept en landschap elkaar kunnen versterken. Bij Rivierduinen in Silvolde verblijf je letterlijk in een hersteld rivierduinlandschap. Op Texel wordt het duin geen achtergrond, maar onderdeel van het verblijf. En bij Bommelwereld begint de beleving al vóór de entree, doordat de route en het groen spanning opbouwen nog voordat je binnen bent.

De kern van zijn verhaal was helder. Groen is geen aankleding die je aan het einde toevoegt. Het is een strategische keuze die bepaalt hoe je park eruitziet, hoe het functioneert en hoe gasten het ervaren.

Van visie naar dagelijks beheer

Waar Jurre vooral liet zien hoe je een park ontwerpt vanuit het landschap, werd in deze tweede bijdrage duidelijk wat dat in de praktijk betekent. De presentatie stond oorspronkelijk gepland voor parkmanager Darielle van Bemmel, maar werd vanwege haar afwezigheid overgenomen door Hans van Leeuwen. Hij nam de deelnemers mee in de aanpak van Molecaten Park Landgoed Ginkelduin, waar natuurinclusief ondernemen niet bij het ontwerp stopt, maar terugkomt in het dagelijks beheer.

Op het park zijn keuzes zichtbaar en voelbaar. Er is bewust gekozen voor inheemse beplanting, zoals Taxus, Ilex en Acer. Niet als decoratie, maar als onderdeel van een samenhangend landschap dat biodiversiteit ondersteunt en past bij de omgeving. Het groen is hier geen losse laag, maar onderdeel van de structuur van het park.

Een concreet voorbeeld is de inzet van schapen sinds 2019. Zij worden gebruikt om jonge opslag van onder andere berk en den terug te dringen en zo ruimte te houden voor heideherstel. Daarmee wordt duidelijk dat natuurinclusief ondernemen niet ophoudt na de aanleg. Het vraagt om blijvende aandacht en keuzes in het beheer.

Ook richting de gast wordt dat verhaal zichtbaar gemaakt. Met een audiotour krijgen bezoekers uitleg over het landschap en de gemaakte keuzes. Zo wordt natuur niet alleen ervaren, maar ook begrepen. Dat versterkt de beleving en geeft het park een duidelijke identiteit.

Hans koppelde dit nadrukkelijk aan de zakelijke kant. Een groene, natuurlijke omgeving werkt stressverlagend, verhoogt de waardering van gasten en heeft invloed op vastgoedwaarde. Daarmee wordt natuurinclusief ondernemen niet alleen een inhoudelijke keuze, maar ook een strategische.

Borging in de sector

Erik van Dijk van Green Key plaatste het thema natuurinclusief ondernemen in een breder perspectief. Green Key is een internationaal erkend duurzaamheidskeurmerk voor de toeristische en recreatieve sector. Bedrijven die het keurmerk dragen, voldoen aan strenge normen voor duurzaamheid en laten daarmee zien dat ze serieus werk maken van hun milieuprestaties en organisatiebeleid.

Hij gaf aan dat het bij duurzaamheid niet alleen om losse maatregelen gaat, maar om de manier waarop je je bedrijf structureel organiseert. Een vraag die hij voorlegde bleef bij veel deelnemers hangen: breng je de natuur naar het park, of breng je het park naar de natuur? Daarmee bedoelde hij dat het niet genoeg is om alleen te communiceren over duurzaamheid. Je moet het ook daadwerkelijk in je bedrijfsvoering integreren.

Green Key werkt met verschillende thema’s waarop bedrijven beoordeeld worden, zoals energie, watergebruik, afvalbeheer en bewustwording van gasten. Door hieraan te voldoen, laat een park zien dat het niet alleen over losse initiatieven praat, maar over een continue commitment aan duurzaamheid.

Erik noemde dat er steeds meer wordt gekeken naar hoe het keurmerk zich kan doorontwikkelen en andere sectoren kan meenemen. Daarmee wordt duurzaamheid ook een manier om je als ondernemer te onderscheiden en onderdeel van hoe je je park in de markt zet.

Voor ondernemers betekent dit vooral één ding: duurzaamheid wordt minder vrijblijvend. Het is onderdeel van kwaliteit, geloofwaardigheid en positionering in een markt waarin gasten en partners steeds meer waarde hechten aan aantoonbare duurzaamheid.

Ontwerpen zonder herstelwerk achteraf

De laatste bijdrage kwam van Klaas Jan Hofstra van Verhoeve Groen. Waar eerdere sprekers het hadden over visie en beleid, bracht hij het gesprek terug naar de praktijk van ontwerp en uitvoering.

Volgens hem ontstaat veel onnodige schade en extra kosten doordat groen en landschapsontwerp pas laat in een project worden betrokken. Dan zijn kavels al ingetekend en infrastructuur al bepaald, terwijl bodem, afwatering en natuurlijke structuur niet goed zijn meegenomen. Dat leidt tot herstelwerk dat vaak voorkomen had kunnen worden.

Een goed project begint daarom veel eerder. Eerst kijk je naar de omgeving, de bodem en de ecologische context. In samenwerking met een ecoloog breng je in kaart wat er al is en wat versterkt kan worden. Daarna maak je keuzes over doelgroep, type verblijven, perceelindeling en beheer. In een vroeg stadium denk je al na over wateropvang, schaduwplekken tegen hittestress en het verschil tussen intensief en extensief groenbeheer.

Hij benadrukte dat biodiversiteit niet ontstaat door simpelweg wat bloemen toe te voegen. Het vraagt om structuur, variatie en wintergroene beplanting die het hele jaar door kwaliteit biedt. Dat vraagt vakkennis en een doordacht plan dat aansluit bij hoe het park straks wordt gebruikt én onderhouden.

Zijn bijdrage maakte duidelijk dat natuurinclusief ontwerpen niet alleen een mooie ambitie is, maar een technisch en organisatorisch proces dat vanaf de eerste schets moet worden meegenomen.

Meer dan een trend

De rode draad van de dag was helder. Natuur is geen sluitpost en geen marketingterm. Het is een ontwerpkeuze die invloed heeft op je kosten, je beheer, je positionering en de ervaring van je gast.

Voor ondernemers betekent dat een duidelijke afweging. Blijf je denken vanuit verkaveling en invulling, of draai je het om en start je bij het landschap? Die keuze bepaalt hoe toekomstbestendig je park werkelijk is.

To top