Nederland telt ruim 46 miljoen bezoeken aan dagattracties, groei vlakt verder af

Nederlanders en buitenlandse bezoekers wisten in 2025 opnieuw massaal de weg te vinden naar attractieparken, musea, dierentuinen en andere betaalde daguitjes. Toch laten de nieuwste cijfers zien dat de markt nauwelijks nog groeit. Dat blijkt uit onderzoek van Ginder en Pretwerk.nl, waarvoor meer dan 160 organisaties hun bezoekersaantallen beschikbaar stelden.

In totaal werden vorig jaar ruim 46 miljoen bezoeken geregistreerd bij dagattracties, culturele instellingen en erfgoedlocaties waarvoor een toegangsbewijs nodig is. De vijftig grootste organisaties waren samen goed voor ongeveer 40 miljoen bezoeken. Vergeleken met een jaar eerder groeide het totale bezoek met slechts 0,4 procent.

Die beperkte stijging lijkt erop te wijzen dat de markt zich na jaren van geleidelijke groei in rustiger vaarwater bevindt. Tegelijkertijd laten de cijfers zien dat achter het landelijke gemiddelde grote verschillen schuilgaan. Sommige organisaties zagen hun bezoekersaantallen fors stijgen, terwijl andere locaties juist te maken kregen met een stabilisatie of lichte terugval.

Efteling verstevigt koppositie

Bovenaan de ranglijst verandert weinig. De Efteling blijft met afstand het grootste dagrecreatieve uitje van Nederland. Het attractiepark ontving in 2025 ongeveer 5,8 miljoen bezoekers, een stijging van zo’n 180.000 bezoeken ten opzichte van het jaar ervoor.

Ook Noord-Brabant blijft een belangrijke provincie voor de dagrecreatieve sector. Naast de Efteling behoort ook Safaripark Beekse Bergen tot de grootste publiekstrekkers van het land. Op provinciaal niveau voert Noord-Holland de lijst aan met ongeveer 12,5 miljoen bezoeken aan dagattracties. Noord-Brabant volgt met bijna 10 miljoen bezoeken, terwijl Zuid-Holland de derde positie inneemt.

De vijf meest bezochte daguitjes van Nederland waren in 2025 de Efteling, het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum, Safaripark Beekse Bergen en De Uithof.

Grote verschillen tussen organisaties

Hoewel de totale markt nauwelijks groeide, zijn de verschillen tussen individuele organisaties opvallend. Vooral binnen musea en erfgoedlocaties lopen de ontwikkelingen sterk uiteen.

Batavialand en het H’ART Museum behoren tot de sterkste groeiers van het afgelopen jaar. Beide organisaties zagen hun bezoekersaantallen met ongeveer twintig procent toenemen. Ook De Bastei en Kunsthal Rotterdam noteerden een stevige plus.

Binnen de leisuresector springt Speelland Beekse Bergen eruit met een groei van 56 procent. In het dierentuinsegment wist GaiaZoo het aantal bezoekers met circa zes procent uit te breiden.

De cijfers onderstrepen dat groei steeds minder vanzelfsprekend is. Terwijl sommige organisaties erin slagen nieuwe doelgroepen aan te trekken of succesvol in te spelen op veranderende bezoekerswensen, moeten andere locaties harder werken om hun positie vast te houden.

Van ranglijst naar dashboard

Naast de jaarlijkse bezoekersranglijst introduceren Ginder en Pretwerk.nl dit jaar een nieuw bezoekersdashboard voor leisure, cultuur en erfgoed. Daarmee verschuift de aandacht van een eenmalige top-50 naar een breder en actueler inzicht in de markt.

Gebruikers kunnen bezoekersaantallen vergelijken op basis van provincie, type organisatie en ontwikkeling door de jaren heen. Ook worden meer organisaties opgenomen dan alleen de grootste vijftig publiekstrekkers.

Een andere verandering is de opsplitsing van de ranglijst in een Leisure Top-50 en een Cultuur & Erfgoed Top-50. Daarmee ontstaat volgens de initiatiefnemers een beter beeld van de verschillende markten en hun eigen dynamiek.

Het dashboard wordt de komende periode verder uitgebreid met aanvullende bezoekersgegevens, onder meer uit het museumveld. Daarnaast wordt onderzocht of ook sectoren zoals theaters en poppodia kunnen worden toegevoegd. De verzamelde data vormt vervolgens de basis voor verdiepende analyses over trends, regionale verschillen en ontwikkelingen binnen de Nederlandse vrijetijdssector.

To top