Zijn dagjes uit te duur? Of zijn we gewend geraakt aan korting?

Een bericht in De Telegraaf zette me aan het denken. Gezinnen zouden vaker kiezen voor een uitje dichter bij huis, omdat een dagje Efteling als druk en duur wordt ervaren. Tegelijk wordt Sprookjeswonderland juist geprezen om de rust, het overzicht en het ontbreken van extra kosten.

Herkenbaar? Zeker. Maar het beeld is ook wat kort door de bocht.

De vraag is namelijk niet alleen of dagjes uit te duur zijn. Misschien vergelijken we verschillende soorten uitjes met elkaar alsof ze hetzelfde zijn. En misschien zijn we zo gewend geraakt aan kortingen dat de normale prijs niet meer realistisch voelt.

Drie typen dagjes uit, drie totaal verschillende producten

Wie naar het aanbod kijkt, ziet dat “een dagje uit” eigenlijk drie heel verschillende categorieën bevat.

Aan de onderkant zitten de lokale uitjes. Denk aan speeltuinen of kleinschalige initiatieven, vaak gratis of met een kleine bijdrage. Voorbeelden zoals Speeltuin De Leemkuil of recreatiegebieden als Park Lingezegen draaien vaak op vrijwilligers, subsidies en steun van partijen zoals Jantje Beton. Dit soort plekken zijn laagdrempelig, dichtbij en vooral geschikt voor een kort bezoek.

Daarboven zit een brede middenlaag van regionale dagattracties. Denk aan parken als De Waarbeek, Drouwenerzand, Duinen Zathe, Sprookjeswonderland en Pantropica. Deze parken liggen meestal binnen een uur rijden en bieden een halve tot hele dag vermaak. De prijzen liggen vaak tussen de 12,50 en 20 euro, al wordt er veel gewerkt met acties en dynamische prijzen.

En dan zijn er de grotere pretparken, zoals Efteling, Walibi Holland, Toverland en Duinrell. Hier spelen heel andere factoren. Denk aan investeringen in attracties, veiligheid, onderhoud, personeel en capaciteit. Dit soort parken moet het hele seizoen aantrekkelijk blijven, ook voor internationale bezoekers.

Een skelterbaan en een achtbaan kun je niet op dezelfde manier beoordelen. Toch gebeurt dat in de praktijk wel.

Het gevoel van ‘te duur’

Veel consumenten hebben het idee dat een dagje uit duurder is geworden. Dat gevoel is begrijpelijk. Zeker in een tijd waarin mensen kritischer kijken naar hun uitgaven.

Tegelijk zien we dat prijzen in de sector vaak minder hard stijgen dan je zou verwachten. Het aanbod in Nederland is groot en de concurrentie is stevig. Veel aanbieders zijn voorzichtig met prijsverhogingen.

Wat wel meespeelt, is de angst voor onverwachte kosten. Parkeren, eten, extra activiteiten. Dat zijn precies de punten waar irritatie ontstaat. Het verklaart ook waarom all-in concepten, waarbij eten en drinken inbegrepen zijn, steeds populairder worden.

Nederland als kortingsland

Een andere factor is de manier waarop we in Nederland omgaan met korting.

We hebben een breed netwerk van acties en deals opgebouwd. Denk aan spaaracties van supermarkten zoals Albert Heijn en Jumbo, aanbiedingen via ANWB, of combideals van de NS. Daar komen platforms zoals Social Deal en Tripper nog bij.

Voor veel consumenten is korting de norm geworden. De gedachte is simpel: waarom zou je de volle prijs betalen als het ook goedkoper kan?

Het gevolg is dat de standaardprijs al snel als hoog wordt ervaren, zelfs als die in verhouding logisch is.

De stille concurrent: gratis recreatie

Naast betaalde uitjes is er nog een categorie die vaak wordt vergeten: gratis recreatie.

Recreatiegebieden zoals die van Leisurelands of Uiterwaarde trekken grote aantallen bezoekers. Zo trok Recreatiegebied Bussloo in 2024 volgens regionale cijfers bijna een miljoen mensen.

Op warme dagen kiezen veel gezinnen gewoon voor een dag aan het water. Geen entree, weinig verplichtingen. Dat is een serieuze concurrent voor betaalde dagattracties.

We gaan vaker, maar kiezen bewuster

Uit cijfers van het Nederlands Vrijetijdsonderzoek blijkt dat Nederlanders jaarlijks miljarden vrijetijdsactiviteiten buitenshuis ondernemen. De behoefte om eropuit te gaan is er dus nog steeds.

Wat verandert, is de manier waarop we kiezen. Mensen combineren vaker, plannen bewuster en wisselen betaalde uitjes af met gratis of voordelige alternatieven. Ook korte verblijven spelen een grotere rol.

Even vergelijken met het buitenland

Volgens attractieparkdeskundige Reinoud van Assendelft de Coningh valt de prijs van Nederlandse pretparken in internationaal perspectief nog mee.

Bij Phantasialand liggen de prijzen eind deze maand tussen de 46 en 72 euro. Europa-Park rekent tot 86 euro op drukke dagen. En Disneyland Paris kan oplopen tot 119 euro per persoon.

Een interessante manier om te kijken, is de prijs per uur vermaak. Grote parken halen vaak een verblijfsduur van meer dan zeven uur. Deel je de entreeprijs door die tijd, dan kom je uit op een relatief laag bedrag per uur.

Ter vergelijking: een musical van een paar uur kan al snel meer dan 100 euro kosten. Per uur ligt dat bedrag aanzienlijk hoger.

Een andere manier van kijken helpt

De conclusie is niet dat dagjes uit per definitie duur zijn. Het gaat er vooral om hoe we vergelijken en wat we gewend zijn geraakt.

Wie verschillende soorten uitjes op één hoop gooit, krijgt een vertekend beeld. En wie altijd gewend is om met korting te boeken, zal de normale prijs sneller als te hoog ervaren.

Misschien is het daarom tijd om anders naar waarde te kijken. Niet alleen naar de prijs op het ticket, maar naar de totale beleving, de duur en wat een dag daadwerkelijk oplevert.

Voor de sector ligt daar ook een duidelijke opdracht. Transparantie over kosten, duidelijke positionering en keuzes maken in prijsstrategie worden alleen maar belangrijker.

Auteur: Hans van Leeuwen – SLIMMadvies

To top