Glamping in de praktijk: wat 12 locaties laten zien over de toekomst van verblijfsrecreatie

In twee dagen langs twaalf glampinglocaties reizen is iets anders dan een inspirerende middag of een losse rondleiding. Juist die intensiteit en variatie maken het interessant. Van kleinschalige initiatieven in de polder tot uitgewerkte resortconcepten met internationale allure. Zet je dat naast elkaar, dan vallen patronen op. Niet alleen in hoe er wordt gebouwd, maar vooral in hoe ondernemers keuzes maken.

En misschien nog belangrijker: waar ze juist níet meer voor kiezen.

Glamping is geen duidelijke categorie meer

Wie verwachtte één duidelijke definitie van glamping te zien, kwam bedrogen uit. Wat de één een glamping noemt, positioneert de ander als boutique ervaring of retreat of eco-resort. De term is opgerekt en zegt op zichzelf steeds minder.

De naam doet er niet meer toe. Het gaat om wat erachter zit. Ondernemers kiezen bewuster hoe ze zichzelf neerzetten. Niet door mee te bewegen met een trend, maar door een eigen verhaal te bouwen dat past bij hun locatie, doelgroep en ambitie.

Dat maakt de markt interessanter, maar ook lastiger. Vergelijken wordt moeilijker. En kiezen dus ook.

Het concept bepaalt, niet de accommodatie

Tijdens de tour werd al snel duidelijk dat de accommodatie zelden het verschil maakt. Natuurlijk zijn er mooie cabins, tenten en lodges te zien. Maar die lijken steeds vaker op elkaar.

Het verschil zit in wat eromheen gebeurt.

Bij Papillon Country Resort zie je hoe een duidelijke identiteit overal in terugkomt. De mascotte Spotty is geen losse toevoeging, maar onderdeel van de beleving. Kinderen bouwen er een band mee op tijdens hun verblijf. Dat zie je terug in alles daaromheen, van activiteiten tot merchandise. Het voelt logisch.

Een heel ander voorbeeld is Zomerlicht. Daar staat niet de accommodatie centraal, maar het idee van samen leven, vertragen en gezondheid. Gasten komen hier niet alleen om te overnachten, maar om onderdeel te zijn van een manier van leven. Dat trekt een totaal andere doelgroep aan.

En dan zijn er de Compact Houses in de Noordoostpolder. Een agrarische omgeving vertaald naar een kleinschalig concept met het gevoel van een boutique hotelkamer. Klein in schaal, maar scherp in positionering.

Drie totaal verschillende concepten. Juist daardoor wordt het verschil duidelijk. Het gaat niet meer om wat je aanbiedt, maar om waar je voor staat.

Natuur is geen decor meer

Natuur speelt in bijna elk concept een rol. Maar hoe die wordt ingezet, verschilt enorm.

Waar natuur vroeger vaak het decor was, zie je nu dat het onderdeel wordt van het product zelf. Niet iets waar je alleen naar kijkt, maar iets wat je gebruikt.

Bij Holenberg – Home of Cabin ANNA wordt dat heel tastbaar. Binnen en buiten lopen daar letterlijk in elkaar over. Ruimte, licht en flexibiliteit zorgen ervoor dat de omgeving actief onderdeel wordt van hoe je de plek gebruikt. Niet alleen om te verblijven, maar ook om te ontmoeten of samen te werken.

Bij De Parel zie je een andere, maar minstens zo interessante vertaling. Daar is het landschap actief gevormd om het concept te versterken. De vlakke polder is aangepast met hoogteverschillen, en met zand is een strand gecreëerd. Het buitengevoel staat hier centraal. Niet alleen in hoe het eruitziet, maar in hoe het wordt ervaren.

Op andere plekken zie je weer een andere invulling. Rust en ruimte worden bewust ingezet om een specifieke doelgroep aan te spreken. Of de omgeving wordt zo ingericht dat het uitnodigt om buiten te zijn, te bewegen of juist tot rust te komen.

Het verschil zit niet in de aanwezigheid van natuur, maar in hoe ermee wordt omgegaan.

Verdienmodellen worden breder en slimmer

Voor veel ondernemers zit de echte verandering niet in wat ze bouwen, maar in wat er gebeurt als de gast er eenmaal is.

Bij de Alpaca Farm in Vorstenbosch zag je dat bijna vanzelf ontstaan. Mensen komen voor de alpaca’s, maar blijven hangen. Kinderen willen nog een rondje, ouders pakken een drankje, en voor je het weet loopt iedereen met iets uit de winkel naar buiten.

Niemand heeft het gevoel dat er “verkocht” wordt. Toch gebeurt het.

Dat komt doordat alles op elkaar aansluit. De activiteit, de plek om te zitten, de winkel en uiteindelijk ook de mogelijkheid om te blijven slapen.

Bij Resort Valley zie je hetzelfde principe, maar dan op een heel andere schaal. Daar gaat het niet alleen om verblijf, maar ook om eigendom. Gasten kunnen investeren in een woning en worden zo onderdeel van het concept. Dat zorgt voor een heel ander type gast én een ander soort inkomstenstroom.

Ook bij bestaande parken zie je dat er keuzes worden gemaakt. Minder plekken, meer kwaliteit. Meer aandacht voor horeca en voor momenten waarop gasten geld willen uitgeven. Niet alleen in het hoogseizoen, maar juist ook daarbuiten.

Het interessante is dat het zelden begint met een compleet uitgewerkt model. Het begint met één plek waar het klopt. En van daaruit groeit het verder.

Kiezen wordt belangrijker dan ooit

Als je twee dagen lang zoveel verschillende concepten naast elkaar ziet, ga je automatisch vergelijken. Niet alleen tussen locaties, maar ook met je eigen bedrijf en wat er nodig is om onderscheidend te blijven.

Wat opvalt, is dat de sterkste plekken niet per se de grootste of de meest luxe zijn. Het zijn de plekken waar keuzes zijn gemaakt. Waar je voelt voor wie het is, en misschien nog belangrijker, voor wie niet.

Bij Papillon zie je dat in hoe het hele park rondom één duidelijke identiteit is opgebouwd.
Bij Zomerlicht in de manier waarop ze heel bewust een specifieke doelgroep aanspreken.
En bij de Alpaca Farm in hoe één idee is doorvertaald naar meerdere momenten waarop gasten blijven hangen.

Dat maakt het verschil. Niet wat je allemaal aanbiedt, maar hoe goed het bij elkaar past.En dat is misschien wel de belangrijkste les van deze twee dagen. Dat je niet begint bij wat je wilt bouwen, maar bij de vraag: voor wie doe je dit eigenlijk? Want zolang je probeert voor iedereen iets te zijn, blijft het voor niemand echt onderscheidend.

To top